A. Ory: Tekenen van Hoop

Tekenen van Hoop

Toespraak te Chèvremont op 25-8-1991

 

Beste kleine zielen,

Lkz sept 1991De laatste tijd hebben wij zeer merkwaardige gebeurtenissen meegemaakt, zowel in de wereld als in de Kerk, gebeurtenissen die ons zeer hoopvol stemmen voor de toekomst.

Op wereldvlak kunnen wij in het recente verleden verwijzen met de afbraak van de Berlijnse muur en in het heden naar de ontbinding van de communistische partij in Rusland. Precies gebeurtenissen van gisteren en vandaag. Een paar jaren voordien kon niemand daarvan dromen, het lag niet in het bereik van de mogelijkheden. Maar wat onmogelijk leek werd verwezenlijkt in een minimum van tijd. De ontbinding van de communistische partij werd voltrokken op het feest van Maria Koningin, 22 augustus 1991.

Nog indrukwekkender is dat al deze omwentelingen plaats gevonden hebben zonder noemenswaardig bloedvergieten. Slechts een drietal jonge mannen werden door tanks verpletterd in Moskou en werden uitgeroepen tot ware volkshelden. De Sovjetunie, die voor kort nog de pretentie had om heel de wereld te winnen voor haar atheïstische overtuiging, stortte in elkaar als een kaartenhuisje. Precies of een voorspelling van Maria in vervulling is gegaan: ‘Machtigen haalde Hij neer van hun troon.’ ln het Magnificat wordt het duizenden keren herhaald. Wat onvoorstelbaar was, is in een minimum van tijd verwezenlijkt.

Is dat het begin van de bekering van Rusland, dat een van de meest godsdienstige volkeren ter wereld huisvest? Door het openstellen van de grenzen tussen Oost en West is nog niet automatisch de herkerstening van het Oostblok in het vooruitzicht gesteld. Uiteindelijk heeft het Westen veel van zijn christelijke overtuiging verloren. Onmogelijk is het niet dat de vrijzinnigheid van het Westen ook het Oosten zal overspoelen. Men dient waakzaam te zijn opdat het wegvallen van gordijnen en muren niet een averechts effect zou bekomen.

Bidden wij dat de doorstroming in goede richting zou verlopen, dat Rusland zich zou mogen bekeren. Uiteindelijk houdt O.L.Vrouw enorm veel van Rusland. Te Fatima in 1917 had Zij gesproken over dat land, dat alle mogelijkheden in zich droeg: ofwel zou het zijn dwaalleer over heel de wereld verspreiden, ofwel zou het zich bekeren.

Gedurende enkele decennia – vooral sinds W.O. II – heeft Rusland zijn macht en zijn ideologie ver verspreid over de ganse wereld. Hoopvol was de laatste tijd, dat er kerken weer open gesteld werden, dat Oostpriesterhulp massaal Bijbels kon verspreiden, dat het geloofsleven kon hervatten.

Dat wereldgebeuren is blijkbaar te vergelijken met koordtrekken. Aan de ene kant het atheïsme, aan de andere kant het Godsgeloof. Wint het atheïsme veld, dan verschraalt het Godsgeloof. Hopelijk kan het christendom anderzijds profiteren van de ineenstorting van het communisme.

 

Ook binnen de Kerk zijn er tekenen van hoop

In feite was de dreiging in de Kerk gevaarlijker dan die van het communisme in Rusland. Het atheïsme vormde een bedreiging van buitenaf; het rationalisme daarentegen een bedreiging van binnenuit.

Een van de hoofdredenen waarom Jezus zijn Legioen Kleine Zielen heeft gewild is het opwerpen van een dam tegen deze uiterst gevaarlijke dreiging van binnenuit. Hoe dikwijls heeft Jezus niet gewaarschuwd tegen de ‘schurftige schapen binnen de schaapskooi’?

Heeft Jezus niet met aandrang gevraagd te bidden voor de volgende intenties: “Een verschrikkelijk gevaar neemt duidelijke vormen aan. Dat gevaar is erger dan oorlog, erger dan hongersnood, ja erger dan de vernietiging van de wereld: het betreft de teloorgang van het geloof! Zelfs bij de godgewijden” (29-11-1979).

Deze teloorgang van het geloof is onder meer te verklaren door het rationalisme dat zich snel verspreid heeft binnen de Kerk. De moderne mens wenst een ‘verstaanbare’ vertaling van de geloofsmysteries. Dan wordt het Evangelie een sprookje, de H. Eucharistie een gewijd broodje, de H. Mis een vertoning en de priester een sociale werker.

 

Voorbeeld van de H. Eucharistie

In het zesde hoofdstuk van het Evangelie volgens Johannes staat die oerbekoring duidelijk uitgeschreven. Dat is het Evangelie van de laatste zondag van augustus. Jezus heeft enkele aspecten van het mysterie van de H. Eucharistie medegedeeld, o.m. dat Hij uit de hemel is neergedaald en dat Hij zijn vlees te eten geeft. Hierop komen de toehoorders in verzet. Zij roepen uit dat zijn taal te hard wordt, dat niemand nog naar Hem kan luisteren, dat zijn woorden eenieder tegen de borst stuiten.

Wat geschied is in Jezus’ tijd, geschiedt in elke tijd, ook in de onze. Wie spreekt over ‘mysterie’, spreekt over dingen die het menselijk verstand te boven gaan, anders zouden het geen mysteries zijn. Spontaan zet elke mens zich af tegen wat hij niet verstaat. De menselijke geest streeft naar doorzichtigheid, naar begrip, naar verstaanbaarheid. Vooral de natuurwetenschappers willen de geheimen der dingen achterhalen. Men wil de natuurwet vertalen in wetenschappelijke formules. Met de geloofsmysteries gaat dat niet; die zijn principieel niet te verstaan. In Jezus’ tijd niet en nu ook niet.

Toen keerden heel wat leerlingen de rug naar Jezus en zeiden: ‘Hard is die taal. Wie kan nu nog naar Hem luisteren?’

In de mate dat de Kerk op onze dagen trouw blijft aan de leer van Jezus moet zij diezelfde taal spreken. Nu is het sacrament van de H. Eucharistie evenmin te verstaan als toen. Als de Kerk nu hetzelfde verkondigt als Jezus in zijn tijd, is het normaal dat een aanzienlijk deel van de toehoorders op dezelfde manier reageert. Nu hoort men inderdaad gelijkaardige kritiek: ‘De Kerk is uit de tijd. Hard is haar taal. Wie kan nu nog naar haar luisteren?‘ Dit geldt zowel haar moraal als haar geloofsaanbod.

Velen keren haar de rug toe. Zij wordt verlaten nu, zoals Jezus toen. Omwille o.m. van Humanae Vitae, omwille van haar huwelijksmoraal, omwille van het celibaat van de priesters, omwille van haar Sacramenten: priesterschap en Eucharistie, biecht en huwelijk. Voor velen hoeft het niet meer omwille van eigen geluksvoorziening.

Hoe moet de Kerk reageren op dit verlies van haar aanhangers? Hierbij bestaan twee mogelijkheden. Velen stellen voor de normen aan te passen, zowel op gebied van moraal als op gebied van geloof. In de taal van hoogspringen zou men zeggen: de lat enkele centimeters lager leggen. Wat de moraal betreft: overschakelen van hetgeen God voorschrijft in de Tien Geboden naar hetgeen mensen verlangen. Wat de geloofsleer betreft, overschakelen van de onverstaanbare mysteries naar verstaanbare waarheid.

In de ogen van sommigen is dat de enige zinvolle oplossing. Heel wat kerkleden, die noch de Tien Geboden (moraal), noch de Twaalf Artikelen (geloofsleer) van de Kerk aanvaarden, zien haar enige overlevingskans in het afstappen van die onhaalbare hoogte en dingen voor te houden die haalbaar zijn. Dit is de grote bekoring van het rationalisme. Deze optie is gedaan door een aanzienlijk aantal – ook verantwoordelijken – in de Kerk.

In het Evangelie staat Jezus zelf een andere houding voor. Als Hij merkt dat zijn toehoorders zijn taal te hard vinden, als Hij merkt dat velen Hem de rug toekeren, denkt Hij geen ogenblik aan het aanpassen van zijn leer. Hij onderneemt geen enkele poging om zijn publiek gunstig te stemmen door zijn verhaal verstaanbaar te maken. Wij kennen Jezus’ reactie. Zelfs zijn twaalf apostelen waren onderhevig aan dergelijke bedenkingen. Ook zij begrepen niet. Ook voor hen was de openbaring van de H. Eucharistie een onverstaanbaar mysterie. Ook zij stonden klaar om hun Meester de rug toe te keren. Hoe reageert Jezus hierop? Zegt Hij, jongens gaat niet heen, blijft alstublieft toch bij Mij. Ik zal mijn verhaal verstaanbaar maken. Dan kunnen jullie begrijpen. Dan is de duisternis van het mysterie voor u eraf.

Jezus spreekt andere taal. Hij tracht zijn mysterie niet verstaanbaar te maken, omdat het in se onverstaanbaar is en moet blijven zoals het is. Wie kan zijn boodschap verstaan: ‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij!‘. Daarom had Jezus op voorhand gevraagd dat het ‘werk’ dat zij moesten verrichten was te ‘geloven’. Wie zich uitsluitend laat leiden door de ‘rede’ moet ipso facto buiten een aanzienlijk deel van het geloofsaanbod blijven. Wie zich laat leiden door het ‘geloof’, is in staat binnen te treden in het aanbod, zowel van Jezus toen, als van de Kerk nu.

Jezus heeft zijn aanbod niet verlaagd tot verstaanbare waarheid. Hij heeft mysterie mysterie gelaten. Petrus heeft juist gereageerd. Hij is op de bekoring van de weglopers niet ingegaan, ook al stond hij aardig opgesteld in hun richting. Jezus vroeg hem: ‘Willen jullie soms ook heengaan?’ Deze vraag heeft een heilzame schok teweeggebracht in de kring van de apostelen. In hun naam spreekt Petrus: ‘Heer, naar wie zouden wij gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven.’

Jezus heeft zijn aanbod niet verlaagd van onbegrijpelijk mysterie tot verstaanbare waarheid. Petrus heeft geleerd niet weg te gaan zoals vele anderen, omdat Jezus’ taal te hard en onverstaanbaar was voor zijn verstand. Hij is erin geslaagd gelovig te reageren. Hij heeft de woorden van Jezus aanvaard, ook al begreep hij ze niet. Hij wist wel dat wat Jezus vertelde waarheid was. Hij had woorden van eeuwig leven, omdat Hij betrouwbaar was, ook al was het harde taal voor de menselijke geest.

De Kerk is heden ten dage in een gelijkaardige bekoring verzeild. In vele gevallen reageert zij anders dan haar Meester. Zij wil vaak behagen aan haar toehoorders. Zij praat haar leden soms naar de mond en verlaagt soms haar aanbod tot verstaanbare waarheid en haalbare leefregels. In de mate de Kerk het aanbod van Jezus aanpast aan het verlangen van haar leden, loopt zij het risico geen christendom meer aan te bieden, maar een verkapte vorm van humanisme. Dit betekent ontkerstening van de Kerk, het hervallen tot een nieuw heidendom. In deze context moeten Eucharistie en priesterschap hun wezenlijke plaats verliezen, omdat zij beide sacramenten van het mysterie bij uitstek zijn. De priester is door zijn wijding de man, die brood kan veranderen in het Lichaam van Christus! Wie tracht te begrijpen moet onvermijdelijk zeggen: ‘Hard is die taal! Wie kan nu nog naar Haar (Hem) luisteren?

 

Monseigneur Léonard

Tegen deze achtergrond verschijnt dan plotseling Mgr. Léonard als nieuw benoemde bisschop te Namen. Hij is na rijp overleg door Paus Johannes-Paulus II benoemd. Dat is geen vergissing. Geen wonder dat Mgr. Léonard door zijn beleid gelijkaardige reacties van afkeuring en oppositie oproept als Jezus tijdens zijn toespraak over de H. Eucharistie.

De originaliteit van Mgr. Léonard uit zich vooral in twee charisma’s:

– 1) Hij heeft gezien dat er dwaalleer verkondigd wordt in de Kerk en tracht daar een eind aan te stellen in zijn bisdom.

– 2) Hij is in staat meerdere jongeren aan te trekken die bereid zijn priester te worden.

Niet zo talrijk zijn zij die beseffen dat er inderdaad dwaalleer verkondigd wordt. Niet zo talrijk zijn zij die zich verzetten tegen de aanpassing van Jezus’ openbaring aan het verstand en het verlangen van de mens. De gaven van de H. Geest zijn finaal te herleiden tot twee: verstand en sterkte.

Men moet zien dat er dwaalwegen bewandeld worden. Zolang men niet inziet dat men op verkeerde weg zit, keert men niet terug en gaat men verder. Het is een uitzonderlijke gave op onze dagen dit ‘licht’ te krijgen van de H. Geest. Terwijl haast iedereen overtuigd is dat de gangbare theologie zeer goed is, omdat ze dingen voorhoudt die mensen bereid zijn te aanvaarden, duikt hier of daar een uitzondering op, die beweert dat men op vele plaatsen verkeerd is ook wat betreft de opvoeding van seminaristen.

Naast het licht is er ook moed nodig om dan de nodige conclusies te trekken. Faculteiten die niet beantwoorden aan die vereiste normen sluiten en zoeken naar instituten die wel bereid zijn de leer van Jezus te verkondigen, met behoud van mysteries en goddelijke verplichtingen. Misschien vindt Mgr. Léonard sterkte in het woord van zijn Meester: ‘Willen ook jullie heengaan?‘ Zijn antwoord is alleszins bij voorbaat gegeven. Trouw aan de openbaring van Jezus, trouw aan de leer van de Kerk, ook al keren velen Hem en haar de rug toe.

Om te eindigen een wens: op onverklaarbare en onverwachte wijze is het communisme buiten de Kerk in elkaar gestort. Zou het kunnen dat het rationalisme, een van de gevaarlijkste oorzaken van de geloofscrisis binnen de Kerk, op zekere dag even onverklaarbaar en onverwacht totaal in elkaar stuikt? Misschien is Mgr. Léonard de man die het vuur aan de lont heeft gestoken. Misschien zullen velen na hem ook licht en sterkte krijgen om te handelen zoals hij handelt.

Moge het modernisme verdwijnen in de Kerk, zoals het communisme verdwenen is in Rusland!

Pastoor A. Ory


Uit; ‘Het Legioen Kleine Zielen’, tijdschrift van het legioen kleine zielen van het Barmhartig Hart van Jezus, negentiende jaargang, nummer 3, september 1991, blz. 3-8.


 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s