Het zit in het bloed

HET ZIT IN HET BLOED – bij Maria zit het níet in het bloed…

door Pastoor Burger

We zeggen dat zo: “Het zit in het bloed”. Dit is iets wat je er niet uitkrijgt. Je zult maar iets te horen krijgen van bloed-ziekte: het bloed is niet goed. Er zit een afwijking, een gen-afwijking in het bloed. Dat kan bepaalde mensen overkomen.

Het Jaar van Barmhartigheid wordt geopend op het feest van Maria, Onbevlekt Ontvangen. Door de hoogmoed van de eerste mens, die eerder naar het ‘gefluister’ van de duivel heeft geluisterd, dat God een wrede God is die ons geluk niet wil, die ons alleen maar vrees aanjaagt; doordat de mens eerder heeft geluisterd naar het ‘gefluister’ van de afgunst van de duivel, dan God gehoorzaamd, zijn wij behept met de zogenaamde erfzonde. Ieder mens. Je wordt er mee geboren. Het zit ons in het bloed. Deze ‘afwijking’, de relatie met God die doorgeknipt is door de zonde van de eerste mens. Met alle gevolgen van dien. De deur naar het paradijs is gesloten. En de gevolgen van de hoogmoed van de mens zijn zichtbaar, in de broedermoord van Kaïn op Abel: het vergoten bloed van Abel roept! En de broedermoord gaat door: het bloed in Parijs roept…Het zit ons in het bloed. Maar God laat ons niet in de steek. Al meteen aan het begin belooft Hij dat een Moeder een Kind zal baren, en haar hiel zal de kop van de slang verpletteren. Ja, dat is al het eerste Evangelie, de vreugde van het Evangelie: de voorzegging van een Moeder die een Kind zal baren, en ons zal verlossen van de Boze. Ons wordt een Verlosser gegeven. Daar ziet in een lange adventstijd het uitverkoren volk Gods naar uit, samen met de profeten. Ja, het wordt een Verlosser van vlees en bloed, die het in de schoot van de maagd het vlees heeft aangenomen. Met het oog op haar moederschap is Maria gevrijwaard gebleven van de erfzonde, dankzij reeds het Bloed dat Jezus ook voor haar op het kruis heeft vergoten. Zij is van zuiver bloed, vrij van zonde, ook gebleven! Zijn Bloed is door haar aderen gegaan en haar bloed is door Zijn aderen gegaan! Begenadigd! Ja, maar wel met het oog op de verlossing van ieder mens, van alle tijden, van ons. Jezus is gekomen en heeft gezegd: “Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen”. Hij is een mens van vlees en bloed geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde, om zich aan de Vader als zoenoffer, zijn Lichaam en Bloed te offeren, voor onze zonden.

Op 9 november jl is een vader van vijf kinderen, vijftig jaar, afkomstig van Berg en Terblijt, woonachtig met vrouw en kinderen in Frankrijk overleden. In het liturgieboekje van zijn begrafenismis in Frankrijk, stond in de inleiding welke alle aanwezigen konden lezen: “In het heilig Eucharistisch Offer is het Jezus Christus die Zich blijft offeren voor ons aan de Vader. Hij die gezegd heeft: “Er is geen grotere liefde dan deze om zijn leven te geven voor hen van wie men houdt”, geeft zijn leven tot losprijs van onze zonden, en tegelijkertijd, geeft Hij ons deel aan zijn verrijzenis, en aan het eeuwig leven met de Vader en de Heilige Geest in de gemeenschap van de heiligen”. Dat is, zelfs in het uur van dood, een getuigenis van de kracht van het Offer van het Kostbaar Lichaam en Bloed van Christus!

Als pater Pio, die zo innig met Jezus verenigd was, gevraagd wordt: “Klopt het dat het Bloed van Jezus door uw aderen loopt?”, dan antwoordt hij: “Ja, dat is zo…”. Begenadigde is hij! Ja, maar het betekende voor hem zich verenigen met het liefdesbloed van Jezus, en zich in liefde offeren voor de bekering van zondaars. MAAR WIJ zijn óók begenadigden!  Vergeet toch niet, dat wij gedoopt zijn, en dat we in het heilig doopsel gereinigd zijn in het Bloed van Jezus, en wat Maria heeft gekregen op voorhand, hebben wij ontvangen bij ons doopsel: de erfzonde is weggenomen, onze bovennatuurlijke band met God is hersteld, we zijn volledig kind van God in Jezus, in de kracht van de Geest, die ons niet opnieuw in vrees doet leven, maar een Geest is van kracht en bezonnenheid. De neiging tot het kwaad, tot het afkeren van God, ja, dat blijft wel in ons bloed zitten, maar er is een grotere kracht, een grotere liefde, een nieuw bloedverwantschap door Jezus met elkaar, waardoor wij in de vrijheid van de kinderen Gods kunnen leven!

Toen God de ellende van zijn volk zag, gebukt gaande onder de slavernij van Egypte, heeft Hij zijn volk verlossing gebracht. Het zou Pasen worden. De Heer zou voorbij komen en zijn volk meenemen naar het Beloofde Land. Daartoe moesten zij een lam slachten en het bloed van het lam aan de deurposten aanbrengen. Waar het bloed van het lam aan de deurposten aangebracht was, daar zouden degenen achter die deur van dat huis gered worden…  in het heilig Jaar gaan de heilige deuren open… Deze heilige deuren staan voor de deur waaraan het bloed van het Lam, Christus, gestreken is…en wij krijgen deel aan het Pasen! De deur naar het paradijs is geopend, naar het nieuwe leven in Christus, die voor als een  Lam is geslacht en voor ons verrezen is…

Het is niet vreemd om de kostbaarheid van het Bloed van Christus voor de redding van de ziel in de Boodschap van Barmhartige Liefde terug te vinden.

Aan Marguerite zegt J (Boodschap van Barmhartige Liefde  A.9):

J          “Éen enkele akte van berouw is de deur waarlangs Ik met spoed de gekwetste ziel van de zondaar binnenga. Heb Ik dan niet mijn bloed voor allen vergoten?”

Hij komt met spoed!  Als wij maar niet aarzelen, die ene akte van oprecht berouw over onze zonden.

Een Jaar van Barmhartigheid. Dat is ook een Jaar van de Barmhartige Liefde. Dat is een Jaar van het liefdesbloed- en het hartebloed van Christus, welke een stroom is uit zijn Hart, een stroom van barmhartigheid. In die stroom willen wij, kleine zielen, gaan staan in dit heilig Jaar, ook plaatsvervangend voor alle zielen…

Zo geeft Jezus te kennen op Goede Vrijdag  (8-april 1966):

J          Geef Mij uw hart. Zijn verblijf is niet meer in u. Het is in Mij. Kind, Ik wil niet alleen uw heiliging, maar die van alle zielen. Voor allen heb Ik mijn leven gegeven. Voor allen heb Ik mijn bloed vergoten.

Plaatsvervangend ook voor de onverschilligen:

J          Aanschouw Mij en zeg Mij of er erger smart bestaat dan de Mijne. Al die onverschilligen die Mij tarten. Het offer van Mijn leven heeft hen niet kunnen vertederen. Hun hart is als een rots. Ik heb nochtans voor hen mijn bloed vergoten. Ze zijn door het bloed bespat. Ze hebben het niet eens gemerkt. Kind, er zullen altijd Kaifassen zijn die haten en Pilatussen die veroordelen, terwijl ze hun handen wassen, en een kliek die hen volgt zonder dat ze weten waarom. Open wijd uw hart voor de ellenden van deze wereld.

We hebben onze heiligdommen. Maar bovenal wijst Jezus ons er op, dat Zijn hart ons heiligdom is: een heiligdom van Barmhartigheid:

J          Mijn Hart is uw heiligdom. Daar houd Ik mijn lief kind gevangen. Stromen Bloed vloeide uit mijn open zijde…Stromen van liefde en vergeving. Ieder mens heeft er zijn deel van gekregen. Tot in het diepste van hun ziel ben Ik binnengedrongen.. Ik heb massa’s mensen bezield met een mystieke vurigheid zonder weerga.

Op het feest van Kruisverheffing is er een gebed, waarin duidelijk naar voren komt  dat Jezus niet wil dat zijn Bloed vruchteloos vergoten wordt:

M         Wanneer Ik U aan dit kruis aanschouw, siddert mijn hart van smart en mededogen. ..God, op dit ogenblik nu ik volledig besef wat Gij uit liefde in mij bewerkt, voel ik me verpletterd door zoveel grootheid, zoveel goedheid, zoveel liefde en barmhartigheid…

J          Kindlief, Ik heb mijn Bloed niet vruchteloos vergoten. Ik wou dat AL mijn kinderen, kinderen van het licht waren. Ik moet de arme zondaars, soms veeleer zwak dan zondig, wel helpen. Wie anders kan hen redden?

Zo kan ook Marguerite uitroepen (16-11-1966):

M         O Geliefde, Gij hebt uw Bloed niet vruchteloos vergoten. Het heeft me overstroomd en bedekt met een nieuw kleed van onschuld. En wat Gij voor mij gedaan hebt, bewerkt Gij elke dag in talrijke zielen. Mijn God, ik aanbid U.

En Jezus vraagt een kleine ziel om het Bloed dat Hij zweet in doodsangst als troost voor Hem op te vangen (14 maart 1967):

J          En Ik voel me dodelijk bedroefd. Weer zweet Ik Bloed in de Hof van Olijven. Wie waakt met Mij? Wie buigt zich over Mij om het te stelpen? Wie houdt genoeg van Mij om een arme God trouw te blijven, die zijn leven gaat geven voor allen?

En dat culmineert in Goede Vrijdag (24 maart 1967):                                                                                      J    Blijf heel dichtbij. Laat mijn Bloed u doortrekken. Geen enkele druppel mag verloren gaan. Dit Bloed is het leven voor allen.

Hier komt goed naar voren dat zijn Barmhartige Liefde en zijn Kostbaar Bloed allen omvat. Hij wil dat allen gered worden, en tot de kennis de waarheid komen. Hem is alle macht gegeven op aarde en in de hemel. De leerlingen moeten naar alle volken om allen  te dopen in de naam van de Vader, Zoon en heilige Geest, en allen  te onderrichten in wat Hij geleerd heeft. Hij wil allen:

J          Geef hen ALLEN aan Mij, want voor allen heb ik mijn Bloed vergoten. Voor iedereen en voor mijn beulen heb Ik alleen maar liefde en barmhartigheid overgehad. Dat is de prijs van de verlossing (4 sept. 1971)

Jezus spoort aan omwille van zijn kostbaar Bloed niet te verflauwen, immers “allen kunt gij bijdragen aan zijn komst”:

J          Ik ben de troost voor de bedroefden, de onuitsprekelijke nederigheid voor de nederigen. Dit vergoten Bloed is het uwe, dat van u allen. Dit Bloed voedt u en geeft u leven. Is het denkbaar, dat ge niet van uw eigen bloed zoudt houden? Hoeveel meer dan nog van het mijne, dat het uwe is geworden. Waarom verflauwt ge zo vaak? Omdat ge mijn Bloed en mijn Vlees niet wilt. En uw verarmd bloed geeft niet de onontbeerlijke kracht voor het leven van uw ziel. Het lichaam is niet de ziel. De ziel is van meer van belang dan het lichaam. Want zij voedt het en verleent het zijn levenskracht. Evenzeer als het lichaam in zekere mate bijdragen kan tot het leven van de ziel, evenzeer en met nog meer zekerheid draagt de ziel bij tot het leven van het lichaam tot meerdere eer en glorie van God. Zieken, schenkt uw lijden. En gij die gezond zijt, dankt de Heer en stelt u ten dienste van anderen uit liefde tot Hem. Allen kunt ge bijdragen tot zijn komst   (25 juni 1967)

Nemen allen het ook aan? Zo verzucht Jezus (6 februari 1969):

J          Vreugde en smart hebben elk hun deel in mijn Hart. Lieve kinderen, geboren uit het Bloed van een geslachtofferde God! Mijn lieve kinderen, gij die Mij wilt kennen en die u niet aan de Liefde wilt overgeven…Kan Ik u nog het leven schenken? Terwijl uw zonde zo groot is.. En hoe zou Ik? Vermits ge niet wilt.

Ja, het is een smart:

J          Ik denk met droefheid aan mijn Bloed dat voor velen nutteloos vergoten werd. De worm is in de vrucht. Men moet hem verdelgen met veel zelfverloochening en liefde. De liefde redt en haar surrogaat stort zielen die zich aan haar cultus wijden in het verderf. (9 maart 1971)

Maar Hij blijft ons liefhebben:

J          Ik zal niet ophouden de wereld toe te roepen, hoezeer Ik haar liefheb. Ik heb beloofd mijn erfgoed te behoeden: u mijn kindertjes, voor wie Ik mijn Bloed heb vergoten. Ik zal wederkomen. Ik kom terug om U te redden.

Jezus’ komst en wederkomst staan in het teken van Zijn vergoten Bloed. In de zorg voor de zielen en kleine zielen ligt grote verantwoordelijkheid:

J          Maar God vergeet hen (Gods tegenstrevers) niet. Hij zal hun hoogmoed breken, want zij zijn verantwoordelijk voor de teloorgang van de zielen die Ik met mijn Bloed betaald heb en die Ik hun heb toevertrouwd om hen tot Mij te voeren. …ze moesten zich schamen!  (22 aug 1972)

Laten wij dit heilig jaar, dit Jaar van Barmhartigheid en Jaar van Barmhartige Liefde in de stroom van genade staan, de stroom van zijn kostbaar Bloed:

J          De Liefde wordt geslachtofferd. Een bron van genaden is ontsproten aan mijn Hart dat gekwetst werd door de lans en door de zonden. Uit mijn gekwetst Hart is een stroom van Bloed uw smet komen wegwassen.

Ook voor Kleine Zielen is in dit Jaar van Barmhartigheid de St. Gerlachuskerk van Houthem, een biechtkerk, een heiligdom van Barmhartigheid en Barmhartige liefde, bijzonder in het sacrament van boete en verzoening.  Door dit sacrament van verzoening stroomt het Kostbaar Bloed van het Lam dat voor is geslacht, en in wiens Bloed wij worden wit gewassen. U kunt altijd uw proost benaderen.

J.M.Burger pr

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s